Nieuws
Huwelijkse voorwaarden
Op 1 januari 2012 treedt de Wet Aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen in werking. Een belangrijke verandering is de afschaffing van de verplichte rechterlijke goedkeuring voor het wijzigen van huwelijksvoorwaarden.
Momenteel is goedkeuring van de rechtbank vereist als u tijdens het huwelijk huwelijksvoorwaarden wilt maken of bestaande huwelijksvoorwaarden wilt wijzigen of opheffen. Deze goedkeuring ziet op de bescherming van schuldeisers. Vanaf 1 januari 2012 is de goedkeuring van de rechtbank niet meer nodig. De echtgenoten die hun huwelijksvoorwaarden willen wijzigen of opheffen, moeten zich verplicht hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de schulden van de gemeenschap die er op dat moment zijn.
Het feit dat de goedkeuring van de rechtbank niet meer nodig is, levert een kosten- en tijdsbesparing op en biedt estate-planningsmogelijkheden.
Fiscaal partnerschap
Ongehuwd samenwonenden die nog geen fiscaal partner zijn voor de successiewet en de inkomstenbelasting, hebben tot 31 december a.s. de mogelijkheid om een notariële samenlevingsovereenkomst met wederzijdse zorgverplichting op te laten stellen.
Beantwoording Kamervragen over artikel 10 SW; toch overgangsrecht overdracht woning ouders-kinderen
KNB, 18 oktober 2011
Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft vandaag belangrijke Kamervragen over artikel 10 SW beantwoord. Het betreft Kamervragen van de leden Omtzigt en Ormel over het artikel “De levensgenieter krijgt ‘levenslang’ oftewel eens genoten altijd genoten” van prof. dr. B.M.E.M. Schols, verschenen in het Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht (2011/1253) van 9 juni 2011.
De staatssecretaris gaat onder andere in op de gevolgen van de intrekking per 1 januari 2010 van de resolutie van 30 november 1964, nr. D4/8981, voor de toepassing van artikel 10 SW in situaties waarin ouders in het verleden de (bloot) eigendom van hun woning aan hun kinderen hebben overgedragen onder voorbehoud van een recht van vruchtgebruik (of de rechten van gebruik en bewoning). Hoewel volgens de staatssecretaris een belangrijke reden voor de overdracht van de woning onder het voorbehoud van het vruchtgebruik of een recht van gebruik en bewoning is gelegen in besparing van erfbelasting, realiseert hij zich ook dat mensen vertrouwen hebben ontleend aan het genoemde besluit uit 1964. De omstandigheden afwegend, en met de toezegging om de praktijkgevolgen van de aanpassing van art. 10 SW twee jaar na wijziging te bezien in het achterhoofd (Kamerstukken II 2009/10, 31930, nr. 76, blz. 5), zal hij alsnog overgangsrecht treffen voor de intrekking van het besluit. Het overgangsrecht zal alleen gelden voor situaties die zijn ontstaan door een overdracht van de woning vóór 1 januari 2010. Het overgangsrecht zal erop neerkomen dat de betreffende belastingplichtigen bij het overlijden van (een van) hun ouders mogen uitgaan van de waarde van de woning op het tijdstip van de rechtshandeling waarbij de woning is overgedragen, vermeerderd met de waardestijging van 1 januari 2010 tot de overlijdensdatum. Hierdoor wordt een waardestijging tussen het moment van de rechtshandeling en 1 januari 2010 niet meegenomen voor de toepassing van artikel 10 SW. Het overgangsrecht zal ook zal gelden voor situaties waarin het vruchtgebruik inmiddels is omgezet in huur.
Het overgangsrecht zal worden opgenomen in een binnenkort te publiceren beleidsbesluit.
De kosten van het overgangsrecht ten bedrage van € 10 miljoen zullen worden gedekt door eenmalig de indexatie van de bedragen van de eerste tariefschijf en de vrijstellingen in de schenk- en erfbelasting achterwege te laten.
Verder heeft de staatssecretaris aangegeven dat partijen de toepassing van artikel 10 SW alleen kunnen voorkomen wanneer de kinderen de (bloot) eigendom van de woning overdragen (terugverkopen of schenken) aan hun ouders. Artikel 10 SW blijft in zijn visie van toepassing wanneer de ouders hun vruchtgebruik omzetten (er afstand van doen) in een huurrecht.
Verlaging overdrachtsbelasting voor woningen!
De staatssecretaris van Financiën heeft een wetsvoorstel gedaan. Dit betekent dat het nog geen wet is, maar dat het wel wet kan worden. Deze regeling zal dan echter maar voor 1 jaar gelden (overdrachten tussen 15 juni 2011 en 1 juli 2012).
Om onrust onder verkopers en kopers te voorkomen, is nu reeds toegezegd, dat áls deze wet wordt aangenomen, en de overdrachtsbelasting dus geen 6% maar 2% is, dit óók geldt voor overdrachten van woningen vanaf 15 juni 2011.
Mocht u derhalve een woning kopen of hebben gekocht en de levering heeft plaatsgehad op of na 15 juni j.l, dan heeft u recht op een teruggave van 4% overdrachtsbelasting.
Voorts heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat de overdrachten die worden gepasseerd vóórdat de wet is gewijzigd, nu al worden belast met 2% overdrachtsbelasting in plaats van met 6%.
U hoeft uw woning aankoop dus niet uit te stellen tot dat er duidelijkheid is over het wel of niet veranderen van de wet.
Als het overhoopt toch 6% blijft, zal het verschil NIET worden teruggevraagd door de belastingdienst. Dit heeft de belastingdienst bevestigd tegenover de KNB.
Het gaat uitdrukkelijk over een woning. Hieronder in het besluit onder punt 3 is het begrip "woning" uitgelegd.
Indien u een overdracht heeft gehad op of na 15 juni en vóór 2 juli bij ons op kantoor, dan zullen wij zo spoedig mogelijk met u contact opnemen over de procedure van de teruggaaf.
Voor de volledigheid volgt hieronder bij deze de tekst van het besluit:
Besluit van 1 juli 2011, nr. BLKB 2011/1290M
De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
In dit besluit wordt goedgekeurd dat met ingang van 15 juni 2011 voor de verkrijging van een woning overdrachtsbelasting tijdelijk wordt geheven naar een tarief van 2 procent.
1. Inleiding
In het persbericht van 1 juli 2011 is aangekondigd dat het tarief overdrachtsbelasting bij de verkrijging van woningen tijdelijk wordt verlaagd tot 1 juli 2012. Deze maatregel zal worden opgenomen in het Belastingplan 2012. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen treedt deze maatregel op 1 januari 2012 in werking en werkt terug tot en met 15 juni 2011.
2. Goedkeuring
Het is niet wenselijk dat belanghebbenden de verkrijging van een woning uitstellen tot 1 januari 2012. Daarom keur ik vooruitlopend op wetswijziging het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat een tarief overdrachtsbelasting van 2 procent wordt toegepast voor de verkrijging op of na 15 juni 2011 van een woning. Hieronder wordt het begrip woning nader toegelicht.
3. Woning
De maatregel ziet uitsluitend op de verkrijging van woningen of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. Onder woningen wordt in dit kader verstaan onroerende zaken die naar hun aard zijn bestemd voor bewoning door particulieren. Het maakt geen verschil of de verkrijger de woning zelf gaat bewonen of dat de verkrijger de woning verhuurt aan een particulier.
3.1. Ondergrond, tuin en andere aanhorigheden
De ondergrond en de tuin behoren tot de woning. Tot de woning behoren ook aanhorigheden zoals garages, schuren, serres, aan- en uitbouwen, tuinhekken en dergelijke die zich bevinden op hetzelfde perceel als de woning. Een garage die tot hetzelfde gebouwencomplex als de woning behoort, wordt ook tot de woning gerekend.
Voorbeeld
Een parkeerplaats onder door particulieren bewoonde flats in een flatgebouw wordt tot de woning gerekend.
3.2. Tijdelijke leegstand
Tijdelijke leegstand ontneemt aan de onroerende zaak niet het karakter van woning.
3.3. Onroerende zaak niet geheel bestemd voor bewoning
Voor onroerende zaken die niet geheel zijn bestemd voor bewoning geldt het volgende.
Uitgangspunt is dat uitsluitend op de waarde van het deel dat voor particuliere bewoning is bestemd het tarief van 2 procent wordt toegepast.
Als de onroerende zaak qua oppervlakte nagenoeg geheel (90% of meer) bestemd is voor bewoning, kan voor de verkrijging van de gehele onroerende zaak het tarief van 2% worden toegepast.
3.4. Voorbeelden van onroerende zaken waarvoor de regeling niet geldt
Niet als woning aan te merken zijn in ieder geval:
- bedrijfsgebouwen en –ruimtes;
- afzonderlijke garageboxen;
- hotels/pensions;
- asielzoekerscentra;
- een onroerende zaak die bestemd is voor gebruik als een verpleeg- of verzorgingsinstelling of ziekenhuis;
- internaten; en
- grond bestemd voor woningbouw.
3.5. Aandelen in onroerendezaaklichamen
Voor de verkrijging van aandelen in onroerendezaaklichamen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer geldt het volgende. Het tarief van 2% kan uitsluitend worden toegepast op de waarde als bedoeld in artikel 10 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer voor zover die waarde betrekking heeft op woningen.
4. Inwerkingtreding en vervaldatum
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug voor de verkrijging op of na 15 juni 2011 van woningen.
Dit besluit vervalt op 1 januari 2012.
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
Den Haag, 1 juli 2011
de staatssecretaris van Financiën
mr. drs. F.H.H. Weekers
SCHEIDEN, JÚIST BIJ DE NOTARIS
De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel (31.714) aangenomen dat echtscheiding bij de notaris mogelijk maakt. Echtparen kunnen door dit wetsvoorstel, niet alleen bij een advocaat, maar ook bij de notaris terecht voor de complete afhandeling van hun scheiding. Aangezien een notaris meteen de woning kan verdelen en alle financiële afspraken kan afwikkelen, kan een echtscheiding bij een notaris efficiënter worden geregeld met een aanzienlijke kostenbesparing als bijkomend voordeel. Notarissen hebben bovendien een ruime expertise in het opstellen van ouderschapsplannen als er minderjarige kinderen zijn.
Het wetsvoorstel geeft aan de notaris de bevoegdheid om gezamenlijke echtscheidings-verzoeken in te dienen bij de rechtbank. Consumenten kunnen met name goed terecht bij de in echtscheiding gespecialiseerde notarissen van de VMSN (Vereniging van Mediators en Scheidingsbemiddelaars in het Notariaat).
Arthur de Kok, voorzitter van de specialistenvereniging VMSN en notaris te Borne, geeft aan erg blij te zijn met de wetswijziging. ‘Door deze wetswijziging is er eindelijk een wettelijke basis voor het werk dat veel notarissen sedert 2001, de invoering van de flitsscheiding, al deden. Het is een politieke beloning voor de notarissen en hiervan wordt onze maatschappij qua dienstverlening op het gebied van echtscheidingswerkzaamheden beter. De notarissen van de VMSN kunnen hun cliënten een nog betere service verlenen en echtscheidingen efficiënter en goedkoper begeleiden'.
Onderstaand een reactie van de voorzitter, mr. Arthur de Kok, op het artikel 'Houd notaris buiten scheiding' van de vFAS. Volkskrant 15 maart 2011.
Eindelijk is er dan het wetsvoorstel waarbij ook notarissen bevoegdheden krijgen bij scheidingen door het mogelijk te maken dat zij verzoekschriften indienen bij de rechtbank.
Als de aanstaande ex-echtgenoten op één lijn zitten kunnen zij zich wenden tot een notaris. De notaris immers is de onafhankelijke deskundige, ook bij echtscheidingen.
Aanstaande ex-echtgenoten moeten toch een notaris bezoeken wanneer ze samen eigenaar zijn van een huis wat moet worden verdeeld. Dan is het makkelijker om de notaris eerder in het traject in te schakelen. Bovendien werkt dat kostenbesparend.
Het gisteren geplaatste artikel van de vFas advocaten is tendentieus, berust niet op de feiten, maar is geschreven vanuit angst en economische motieven.
Er wordt in het artikel geschreven dat hoog gekwalificeerde kennis van het familierecht en een onafhankelijke positie van een bemiddelaar essentiële voorwaarden zijn voor het opstellen van een evenwichtige echtscheidings-overeenkomst. Dat is juist. Van oudsher is de notaris de onafhankelijke deskundige op het gebied van het familierecht. Wanneer de notaris ook nog echtscheidings-bemiddelaar is, heeft hij alle instrumenten in huis om aanstaande ex-echtgenoten, die in redelijke harmonie uit elkaar gaan, optimaal van dienst te kunnen zijn.
Notarissen hebben verstand van het huwelijksvermogensrecht. In de permanente educatie wordt al jaren aandacht besteed aan alimentatie, familierecht en minderjarige kinderen. Juist met minderjarige kinderen is een zorgvuldige echtscheiding een vereiste en de goed opgeleide notaris besteedt daaraan veel aandacht. Bij scheidingen mag een kind niet ‘het kind van de rekening' worden. In de praktijk ervaren scheidende paren juist deze deskundigheid van de echtscheidingsnotaris als een grote toegevoegde waarde.
De minister heeft bij het totstandkomen van de wet in de toelichting juist de rol van de notaris goed beoordeeld. Al jarenlang zijn wij werkzaam op het terrein van het echtscheidingsrecht. Dat is uitgebreid onderzocht, beoordeeld en afgewogen. Juist daarom is dit wetsvoorstel er gekomen en is de 'echtscheidingsnotaris' een feit. De notarissen hebben dit met hun inzet verdiend!
Het was te verwachten dat de advocatuur haar domeinmonopolie graag in stand zou houden. Er blijven altijd (v)echtscheidingen die via de advocatuur lopen, maar echtparen die samen uit elkaar willen gaan hebben nu de keuze tussen de echtscheidingsnotaris en een advocaat. En dat is een maatschappelijk verantwoorde ontwikkeling!
