Kinderen
Over de positie van kinderen kan bij contract weinig worden geregeld. Afspraken hieromtrent zijn doorgaans niet afdwingbaar. Men zou kunnen overeenkomen dat gezamenlijk het ouderlijk gezag zal worden uitgeoefend maar indien één van beiden daarin geen zin [meer] heeft, is de gemaakte afspraak zonder betekenis geworden. En zo is het ook met afspraken over de erkenning van kinderen en over hun verzorging en opvoeding.
Een ongehuwde moeder van 18 jaar of ouder heeft automatisch het gezag over het kind, tenzij zij daartoe om andere redenen onbevoegd is. De ongehuwde en biologische vader van een kind krijgt niet automatisch het gezag. Ook niet als hij het kind erkent. Wil hij met de moeder het gezamenlijk gezag krijgen, dan moet hij daar schriftelijk bij de kantonrechter een verzoek voor indienen. De kantonrechter willigt het verzoek alleen in, als dit in het belang van het kind is. Trouwt de ongehuwde vader met de moeder van het kind dan krijgen beide ouders automatisch het gezamenlijk gezag.
Eigen kinderen
Vanaf 1 januari 1998 kunnen ouders kiezen welke achternaam hun kind gaat dragen, die van de vader of van de moeder. De keuze is wel eenmalig; alle volgende kinderen uit deze relatie moeten dezelfde naam dragen, anders zouden broers en zussen uit één gezin met verschillende achternamen rondlopen.
Een kind van gehuwde ouders draagt automatisch de achternaam van de vader. Willen de ouders aan het kind de achternaam van de moeder geven, dan moeten ze samen naar de Burgerlijke Stand om een verklaring te ondertekenen. Bij ongehuwde ouders krijgt het kind automatisch de achternaam van de moeder. Pas als de vader het kind bij de Burgerlijke Stand heeft erkend, kunnen de ouders kiezen tussen twee achternamen. Ook zij dienen dan samen bij de Burgerlijke Stand een verklaring te ondertekenen. Ook in geval van adoptie kunnen ouders kiezen, tenminste als het geadopteerde kind hun eerste kind is. De ouders bepalen de achternaam van het geadopteerde kind bij de rechter, waar ook de adoptie wordt geregeld. Kinderen van 16 jaar en ouder mogen meebeslissen. Wordt een kind van die leeftijd door de vader erkend of door de ouders geadopteerd, dan kiest het kind de achternaam.
Gezag
Ouders oefenen gezag uit over hun kinderen zolang deze minderjarig (jonger dan 18 jaar) zijn. Als beide ouders in die periode overlijden, dan treedt een voogdijregeling in werking. Ouders hebben in bepaalde situaties mogelijkheden om gezag en voogdij te regelen zoals zij dat willen.
Getrouwde ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Als één van hen overlijdt, behoudt de ander het gezag. Overlijdt deze vervolgens ook, dan benoemt de kantonrechter een voogd over de kinderen, tenzij de laatste ouder in een testament al een voogd heeft benoemd. Ditzelfde geldt als beide ouders tegelijk of vlak na elkaar overlijden. Als ongehuwde ouders samen het ouderlijk gezag willen krijgen, moeten zij gezamenlijk een verzoek tot aantekening hiervan in het gezagsregister indienen bij de griffie van het kantongerecht. Voor het verkrijgen van ouderlijk gezag door de man is vereist dat deze het kind bij de Burgerlijke Stand erkent. Voor ouders, die zich hebben laten registreren als partner, en voor gehuwde ouders van gelijk geslacht kunnen afwijkende regels gelden.
Een ongehuwde moeder die meerderjarig is (18 jaar of ouder) oefent van rechtswege het ouderlijk gezag over haar kind uit. Als een ongehuwde moeder minderjarig is, krijgt zij het gezag pas als zij meerderjarig wordt, tenzij een ander op dat moment met het gezag is belast. In dat geval kan de moeder de kantonrechter schriftelijk vragen haar met het gezag te belasten. Een moeder, die tenminste zestien maar nog geen achttien jaar is, kan de rechter vragen haar meerderjarig te verklaren. In dat geval kan ze toch het ouderlijk gezag krijgen.
Adoptie-, stief- en pleegkinderen
Adoptiekinderen
Kinderen die geadopteerd zijn krijgen door de adoptie familierechtelijke banden met hun adoptieouder(s). Door de adoptie worden de familierechtelijke banden tussen het kind en zijn biologische ouders verbroken. Het kind is de wettige erfgenaam van zijn beide adoptieouders. Het erft niet meer van zijn biologische ouders. Vanaf 1 april 1998 kunnen ook homoseksuelen en alleenstaanden een kind adopteren. Adoptie was tot nu toe slechts toegestaan aan echtparen. Wel zijn de mogelijkheden voorlopig beperkt tot adoptie van Nederlandse kinderen. Verder zijn met de nieuwe adoptiewet begrippen als 'wettig, onwettig en natuurlijk kind' uit het spraakgebruik verdwenen. Er zal nog slechts worden gesproken van 'kinderen met familierechtelijke banden'.
Stiefkinderen
Heeft een man of vrouw bij het aangaan van een (tweede) huwelijk al een of meer kinderen, dan krijgen die kinderen de status van stiefkind van de (nieuwe) huwelijkspartner van de vader of moeder van het kind. Een stiefkind is geen wettige erfgenaam van zijn stiefvader of -moeder. Wil de stiefouder wel dat het stiefkind van hem of haar erft, dan moet een testament gemaakt worden. Als een stiefkind in een testament tot erfgenaam benoemd is, valt hij voor het successierecht wel onder het tarief en de vrijstelling van kinderen. Dat is het laagste tarief.
Pleegkinderen
Wanneer een kind niet in het gezin van zijn ouder(s) wordt verzorgd en opgevoed maar in een ander gezin (zonder dat sprake is van adoptie) spreken we van een pleegkind. Ook al wordt een pleegkind heel lang in dit gezin opgevoed, dan brengt dit nog niet met zich mee dat er familierechtelijke banden tussen het kind en zijn pleegouders ontstaan. Het pleegkind blijft zijn eigen achternaam houden en blijft wettige erfgenaam van zijn eigen ouders. Wanneer een pleegouder zijn of haar pleegkind tot erfgenaam benoemt bij testament, geldt er weer een soortgelijke regeling voor het successierecht als bij het stiefkind, met dien verstande dat voor de werking van deze regeling het pleegkind gedurende zijn minderjarigheid minstens vijf jaar in het pleeggezin moet zijn opgegroeid en verzorgd.
